donderdag 26 mei 2011

Reportage

'Dressuur is een Olympische sport, ik weet dat wij gerespecteerd worden'

Tiffany Tielens (22) is reeds twee seizoenen actief in de paardenwereld waar ze deelneemt aan wedstrijden. We volgen haar een dag lang om op deze manier deze minder bekende sport in de spotlights te brengen.

'Per maand betaal ik 230 euro stalling, maar je hebt er ook op andere plaatsen voor 300 euro. Als ik naar de stal ga, dan kuis ik mijn paard: ik borstel hem, ik doe de modder uit de manen, ik krab de hoeven uit zodat de mest er niet blijft inzitten.' Het is 18u wanneer Tiffany de deur opendoet. Zo meteen gaat ze naar de stal om haar paard te verzorgen. Op een tiental minuten van haar thuis in Sint-Joris-Winge bevindt zich Het Gasthuishof. Het is een fokkerij met koeien en een ezel. Sinds enkele jaren geleden begon de eigenaar ook met het uitbaten van een stalling. Zo krijgen de paarden een verblijfplaats en voeding in ruil voor een maandelijkse vergoeding.

Een eerste opmerkelijke vaststelling gebeurt wanneer Tiffany haar paard uit de stal haalt. Esteban draagt een winterdeken. Maar wanneer ze het deken van hem afhaalt om te borstelen, zijn er enorme zweetvlekken op te merken. 'Paarden staan helemaal nat in het zweet wanneer er intensief mee gereden wordt, ze hebben nadien een zweetdeken nodig. Het duurt lang eer het zweet opdroogt.' Esteban heeft geen lang haar, maar opeens vertelft Tiffany dat zijn haren te lang waren en zij hem één keer per jaar scheert. 'Als je hem scheert, moet je een winterdeken aandoen, anders worden ze ziek. Je kan dat ook doen voor het zicht, dat is enorm chique,' vertelt ze.

Juiste feeling

Er zijn ongeveer twintig paarden aanwezig, maar daarvan zijn er geen twee dezelfde. De ene is al wat luidruchtiger en de ander reageert jaloers wanneer je hem niet genoeg aandacht geeft. Hierdoor komt de vraag opborrelen aan de hand waarvan een ruiter zijn paard. Hierdoor komt de vraag opborrelen aan de hand waarvan een ruiter zijn paard kiest. Wat zijn ed doorslaggevende eigenschappen? 'Dat hangt ervan af wat je er mee wil gaan doen. Om hem bij jouw thuis te zetten, moet hij geen speciale kwaliteiten hebben: enkel braaf zijn, afhankelijk van wat je wil. Als je er eentje met pit wil, dan neem je beter een actief paard.' Zelf doet Tiffany al twee jaar wedstrijden (eerst bij LRV) en daardoor zijn er andere zaken waar je rekening mee moet houden. Toch als je er prijzen mee wil halen. 'Indien je op wedstrijd gaat, wordt het al moeilijker. Je moet kijken naar de kwaliteiten van het paard: hoe los hij is, staat hij jou aan, of er de mogelijkheid is hem te berijden. De juiste feeling hebben met het paard is belangrijk. Wanneer dat niet zo het geval is, heeft het weinig zin dat je daar mee gaat rijden.'

Vaak zeggen mensen die weinig over paardrijden weten dat het een sport is waar je er enkel op moet zitten, het dier doet het werk wel. Met deze benaming kan Tiffany helemaal niet lachen. Integendeel zelfs. Ze vindt het enorm hard werken, je kan niet als een aardappelzak op een paard zitten, daardoor moet je werken. 'Het is niet gemakkelijk om hem ontspannen te krijgen.' Het been aan het paard houden is heel vermoeiend. Je moet met de benen kunen werken, de buikspieren gebruiken en goed zitten. Hang je er gewoon op, dan val je hem lastig in zijn rug. Indien je je rechter zet en de buikspieren opspant, ben je al meer mee. Dat is gemakkelijker voor hem want hij zal er soepeler door lopen. Het is geen fiets waarop je zit, dat is een levend wezen. Je leert paardrijden niet op één, twee, drie. Daar doe je jaren over. Dressuur is een Olympische sport, dus ik weet dat wij gerespecteerd worden,' aldus de jonge ruiter.

Over het leren van paardrijden gesproken: zou er een bepaalde leeftijd zijn waarop je kan beginnen of eindigen met het beoefenen van deze sport? 'Daar plakt geen leeftijd op. Er zijn kinderen van zeven jaar die er mentaal de link mee kunnen leggen. Het hangt ervan af hoe snel ze er mee weg zijn. Aan de andere kant ken ik iemand die ongeveer 60 jaar is en nog steeds deze sport doet.' Leeftijdskwalen komen hierbij beter wat later dan vroeger. Geraak je niet meer op jouw paard of je er steeds meer moeite mee hebt, misschien moet je hierbij nadenken of je er niet beter mee stopt.

Controversieel

'Ik gebruik die zweep wanneer hij te veel tegen mijn been plakt. Reageert hij niet genoeg, dan pak ik mijn zweep erbij. Dat is een extra hulp. Ik sla hem daar niet mee, ik geef hem een tik. Bij een paard dat alles doet, moet je geen zweep gebruiken,' geeft Tiffany prijs. Dit voorwerp is redelijk controversieel, omdat de ruiter het dier ernstig kan pijnigen. Daardoor hoort het enkel op een correcte manier gebruikt te worden.

Een zweep hoort dus ook bij de vaste outfit van een ruiter. Tijdens de Olympische Spelen en elke andere wedstrijd zitten deze sporters telkens strak in het pak. Dat zijn hun regels. Op de training zal het er niet op deze manier aan toegaan. 'Op training draag ik mijn rijkleding: rijbroek, rijkousen en een pull. Op wedstrijd zijn er bepaalde kledingsvoorschriften: je moet een witte rijbroek, een wit hemd en een zwarte jas en een tok aantrekken,' haalt ze aan. Wat ook niet te vergeten valt op een wedstrijd is de aanwezigheid van een zadel. Zonder mag je niet aan een wedstrijd beginnen. 'Wanneer jouw zadel niet past, stoort het in de rug van het paard. Maar een echt nadeel is het niet. Is deze te groot, dan duwt het te hard op zijn rug.'

Een naturaprijs

Een minder bekend weetje is dat er eventueel een lezer zich aan de zijkant van de ring mag bevinden. 'Indien je jouw proef uit het hoofd leert en je bent verkeerd tijdens de wedstrijd, ben je gediskwalificeerd,' laat ze weten. Dit gebeurt zonder lezer. Is hij/zij er wel, dan leest deze persoon jouw parcours en bij enige twijfel biedt hij/zij jou zekerheid. Over de wedstrijd zelf: haar proef duurt acht minuten. Er is een verschil tussen de zomers en de winters. Dit komt omdat er tijdens de winter veel minder ruiters aan wedstrijden doen dan in de zomer. Maar er zijn wel telkens twee groepen. De ene rijdt in de ochtend, de andere in de namiddag.

'Voor een medaille en punten rijden wij,' zegt Tiffany. 'Je hebt geldprijzen, maar dat zijn de mannen die aan topsport doen, zoals bij de Jumping in Mechelen. Bij ons is er een geldprijs van 600 euro.' Sommige manèges geven een naturaprijs: een hoevenkrabber of een zweep. Maar dat doen ze zelden.

Aangezien er weinig aan te verdienen is op een lager tot middelmatig niveau, wordt er wel veel geld in zo'n hobby gestoken. Maandelijks kan dat tot 300 euro gaan. 'Ik neem les en daarvoor betaal ik 25 euro. Maar dat is standaard. Het is duur, maar we hebben eens uitgerekend dat tennis duurder is. Voor de stalling is het zo'n 230 euro per maand. Daar is het voedsel bij inbegrepen,' bevestigt de 22-jarige.

Prijskaartje

Tijdens deze reportage moet er toch een belangrijke vraag doorheen jouw hoofd gespookt hebben? De hoeveelheid geld die er uitgegeven wordt, de jaren oefening om een topper te worden, wat je allemaal nodig hebt om deze sport te beoefenen. Dat is bij elke sport zo, maar bij paardensport geven ze het meeste geld uit aan hun paard. Wat een efficiëntie is. Maar is er iemand die exact kan zeggen hoeveel zo'n dier kost? Het kan niet eender welke prijs zijn als je een goed expemplaar wil hebben. Tiffany legt het even uit: 'Bij een slachthuis een paard kopen, kost dat ongeveer 700 euro. Bij een particulier is het prijskaartje 2000 euro voor een knol en bij de hoogste klasse gaat het om miljoenen! Het hangt af van wat hij/zij kan, hoe goed hij is en dan kan je een prijs zeggen. Esteban kostte me 10 000 euro.' De reden van de lage prijskaarten is dat de paardenhandel niet zo goed gaat. 'Maar voor een jong paard betaal je tegenwoordig al 9000 euro.'

13 000 sportruiters

Een overzicht van De Landelijke Rijverenigingen
  • LRV is een federatie van 440 rijverenigingen en ponyclubs in Vlaanderen.
  • In 1937 opgericht in Boezinge (West-Vlaanderen) door Kanunnik De Mey.
  • Sterke toename van leden in de jaren '60.
  • Vanaf 1972 kunnen ook ponyruiters zich aansluiten bij de federatie.
  • Vanaf de leeftijd van zeven jaar tot en met zestien jaar kunnen kinderen met een pony deelnemen bij één van de lokale clubs. Ponytornooien worden bijgevolg georganiseerd. Vanaf twaalf jaar is aansluiten bij een rijvereniging mogelijk.
  • Er bestaan vijf categoriën bij pony's door hun verschillende lengte. De kleinste is 1m09 en de grootste heeft een lengte van 1m48.
  • Bij springwedstrijden behalen ruiters een combinatie van springpunten. Bij een foutloos parcours zijn dat er vier. Na uitsluiting behaalt hij/zij vier verliespunten.
  • Promoveren van Beginnelingen naar Licht mag nadat twintig springpunten gewonnen zijn. Van Licht naar Midden mag vanaf 40 punten.

Bron: http://www.lrv.be/

'Als je kordaat bent, bereik je jouw doel'

Carmen Hoeterickx is net zoals Tiffany eigenaar van een paard. Het enige grote verschil is dat zij recreatieruiter is en bijgevolg niet aan wedstrijden deelneemt.

'Vele mensen willen geen dravers omdat ze zogenaamd niet kunnen galopperen. Dat zijn vooroordelen. Ikzelf heb tien paarden uitgeprobeerd vooraleer ik voor Corami heb gekozen. De eerste keer dat ik ermee reed, was in het donker tussen de fruitbomen. Ik voelde me er niet zeker bij omdat ik het jonge paard niet kende. Maar er eentje kopen omdat het jou ligt en niet omdat het een mooi exemplaar is of waarvan je denkt dat je samen met hem vele prijzen kan behalen. Joske, het paard van mijn moeder, is niet het exemplaar waaraan ik mijn voorkeur geef. Qua snelheid is het echt Speedy Gonzalez. Mijn band met Corami is redelijk goed, ze kan wel eens ondeugend zijn. Maar uiteindelijk als je kordaat bent, bereik je jouw doel.'

woensdag 25 mei 2011

Kort nieuwsbericht

Weylandt sterft na val in Giro d’Italia

De dood van Weylandt bracht de wielerwereld in shock.
De 26-jarige Wouter Weylandt stierf op 9 mei 2011 tijdens de derde rit van de Giro d’Italia. Hij kwam ten val en was buiten bewustzijn. ‘Wouter was een talentvolle en graag geziene renner in het peloton, die voor iedereen wel een glimlach klaar had. Langs buiten zag hij er een zelfverzekerde, rebelse en flamboyante kerel uit, maar hij had een gouden hart. Het is dus een groot verlies voor de (wieler)wereld, als renner en als mens,’ dixit Kristof Rongé. Weylandt was op slag dood, er werd een schedelbreuk vastgesteld. De Giro-dokter probeerde hem nog te reanimeren, maar alle hulp kwam te laat. Oorspronkelijk nam de wielrenner niet deel aan de Giro, maar na het uitvallen van ploegmaat Bennati door een sleutelbeenbreek werd hij opgeroepen. Weylandt had een paar successen op zijn naam staan, waaronder een etappezege in de Vuelta en in de Giro. Bij QuickStep stond hij in de schaduw van Boonen en besloot voor Leopard - Trek te rijden na een slechte relatie met Patrick Lefevre. De dood van Weylandt doet denken aan een ander historisch dieptepunt van het wielrennen: Casartelli stierf tijdens een etappe in de Tour waar hij met zijn hoofd een betonblok raakte. Een dag na het overlijden van Wouter Weylandt besloten zijn ploegmaats verder te rijden in de Giro, waarbij ze allemaal samen over de streep kwamen. Nadien kwam er de mededeling dat de ploeg uit de Giro d’Italia stapte. De 26-jarige wielrenner laat een zwangere vriendin achter. In september zou hij voor de eerste keer vader zijn geworden.

Bron foto: Kristof Rongé
Bron: Het Nieuwsblad

Editoriaal

Geef die jongeren eens een kans

Kujovic(Club Brugge), Smetana(STVV), Munjangi Bia(Standard), Hamalainen(Zulte Waregem): Het zijn maar enkele nieuwe spelers voor het volgende seizoen in eerste nationale. Maar wat valt er op? Het zijn allemaal onbekende namen, voetballers waar je nog nooit van gehoord hebt. Al jaren is het een feit dat clubs spelers kopen uit landen die amper hoge toppen scheren in de voetbalwereld. Ijsland is daar een voorbeeld van. Dit is echt een schande en zonde van het jeugdtalent. Waarom spenderen topclubs miljoenen aan spelers die na een paar seizoenen toch niet hun draai vinden? In eigen land is er meer dan genoeg talent, alleen is het niet duidelijk waarom ze hun ogen hiervoor sluiten. Het grote nadeel van deze (onschuldige) aankopen is opmerkelijk bij de jeugdspelers. Sinds hun kinderjaren zetten deze zich elk weekend in. Ze geven andere hobby’s op in de hoop op betere prestaties op het veld. Maar na jaren van hard werken zijn de kansen op een plaats in de eerste ploeg miniem tot nihil. Slechts twintig procent van hen breekt uiteindelijk door. Degenen die verder geraken dan de jeugd in een Belgische topploeg, blijven steken bij de beloften. Wanneer ze weinig of geen kansen krijgen, zoeken deze spelers op eigen initiatief een nieuwe ploeg. Dan belanden ze bij provinciale reeksen omwille van het geld of de betere speelkansen. Afgelopen jaren hebben mensen zich daar enorm aan geërgerd, maar er is eindelijk beterschap in zicht. Racing Genk is van plan de beste jeugspelers bijeen te halen en deze in een zelfbenoemd superteam te stoppen. Dat is een fantastisch idee: die jongens trainen extra, spelen tegen buitenlandse teams waardoor ze enorm veel bijleren. En op langere termijn zal het ook goed zijn voor hun verdere carrière. Ook in Club Brugge startte ze een aantal jaren geleden met de Club Academy: de jeugd staat centraal. Maar wat van extra belang is: er gaat ook aandacht uit naar de schoolresultaten van de spelers. Een win-win situatie volgens mij. Geef die jongeren eindelijk eens een kans, ze verdienen het! Als hun club niet in hen gelooft, wie dan wel?!

Lang nieuwsbericht

'Het is doorbijten als je 16 bent'
Jens Winnen (20) is voetballer bij KVK Tienen en Glenn de Lange (16) speelt bij de jeugd van Standaard Wetteren. Zij zijn opgegroeid met voetbal en praten over de al dan niet moeilijke combinatie tussen voetbal op hoger niveau en studies.

‘Voetbal en school combineren is soms wel enorm vermoeiend en belastend voor het lichaam,’ aldus Glenn De Lange. Hij studeert L.O.-sport aan het Atheneum Voskenslaan te Gent. Drie dagen per week traint hij en op zaterdag komt daar nog een wedstrijd bij. Buiten voetballen werkt hij aan zijn conditie door te gaan fitnessen. Niet omdat het moet, daar kiest hij zelf voor. Uitgaan gebeurt enkel op zaterdag, vrijdags lukt dat niet omdat er de volgende dag een match op hen te wachten staat. Zaken plannen doet hij niet echt, de dagen waarop er geen trainingen zijn, is hij beschikbaar voor zijn vrienden.

Te gemakkelijk

Jens Winnen daarentegen is al afgestudeerd. Hij weet hoe moeilijk het was om evenwicht te zoeken tussen school en voetbal. ‘De planning werd opgemaakt door mijn ouders. Na een tijdje kwam ik niet meer aan studeren toe wegens vermoeidheid of desinteresse. Toen ben ik van de technische richting naar beroeps gegaan.’ De lagere studierichting vond hij gemakkelijker, achteraf gezien misschien te gemakkelijk. Het A2-diploma metaal heeft hij ondertussen op zak. Uitgaan zet hij niet vaak op zijn agenda, maar tijd is daar wel voor te vinden.

Glenn ondervindt een groot voordeel aan het feit dat hij gemakkelijk kan studeren. Op deze manier vindt hij de situatie leefbaar, anders zou het misschien onhaalbaar geweest zijn. ‘Wanneer je wil volhouden, moet je van dag tot dag leven. Er zijn natuurlijk zaken die een vaste plaats hebben zoals school en trainingen, maar de overige dingen bekijk ik dagelijks.’ Een eerste toegeving deed hij al in het derde middelbaar: vrijwillig de overstap van ASO naar TSO, terwijl dat niveau niet te moeilijk was. ‘Het is doorbijten op deze leeftijd.’

Topsportstatuut

Jens besloot om volledig voor voetbal te gaan. Aangezien hij de steun van zijn ouders meekreeg, was dit een gemakkelijke keuze. ‘Ik heb er nog steeds geen spijt van. Van een hobby jouw beroep maken: wie wil dat nu niet?’ Zijn ambities reiken ver: eerst wil hij succesvol slagen bij eigen ploeg, nadien doorstoten naar eerste klasse. Wanneer een voetbalcarrière niet weggelegd zou zijn voor hem, wil hij toch liefst van al in de voetbalwereld blijven. Zo niet heeft hij zijn diploma nog.

Voor Glenn ligt dit nog allemaal in de toekomst. Studeren voor kinesist, liefst op universitair niveau, dat is wat hij nastreeft. Topsportstatuut aanvragen op school is enkel een mogelijkheid wanneer het niet anders kan. De meeste ploegen op dat niveau houden rekening met de studies. Er is natuurlijk ook begrip wanneer een training gemist wordt. ‘Mijn sport zou ik nooit opgeven. School ook niet want een toekomst in de sportwereld is onzeker.’ Een compromis lijkt beter want sport is voor velen van deze jongens hun leven. Ambitie en wilskracht kunnen een mens ver drijven.

Glenn de Lange gaat zijn sport nooit opgeven.

Bron foto: Glenn de Lange

Kort nieuwsbericht

Waasland-Beveren – Eupen: 4 – 2

Waasland-Beveren krijgt een penalty toegewezen
na een fout in de grote rechthoek.
Waasland-Beveren verwelkomde Eupen op donderdag 12 mei 2011 in het Freethiel. Op het spel stond promotie voor eerste klasse voor Waasland-Beveren of het behoud voor Eupen. Met Eupen op de laatste plaats leek het een makkelijke wedstrijd te worden voor Waasland-Beveren. De sfeer was er al voor de match in en de supporters duwden hun spelers naar de overwinning. ‘Ik had niet verwacht dat er toch nog zoveel sfeer zou zijn. Zelfs als neutrale supporter ga je automatisch meezingen en ben je gelukkig als Beveren scoort. Moest Beveren volgend seizoen in eerste klasse spelen ga ik zeker nog is kijken,’aldus Lotte Theelen, die een reportage maakte over de wedstrijd. Kielo-Lezi scoorde nog voor de match tien minuten bezig was, maar kort daarna wentelde de wedstrijd: Chavarria maakte er 1-1 van. Eupen kreeg niet meer dan enkele kleine kansen, Waasland-Beveren nam het heft in handen en ging met een 3-1 tussenstand de rust in. Doelpuntenmakers van dienst waren Kielo-Lezi met zijn tweede van de avond en Bourabia met een penaltygoal. Na de rust gaven de bezoekers het niet op, maar gevaarlijk was de ploeg nooit. Tot in het laatste kwartier: Eupen bleef aanvallen en de 3-2 kwam op het bord na een penalty. De spanning begon te snijden en Eupen geloofde er terug in. De thuisploeg bracht de droom aan diggelen door een vierde doelpunt van Snelders tijdens de toegevoegde tijd. De fusieclub staat nu aan de leiding samen met Bergen: een stap dichter richting eersteklassevoetbal.

Kort nieuwsbericht

Voetbalclub Zaventem baas op eigen veld


Trainer De Cock sprak na de wedstrijd met
de lokale televisie.
Kvw Zaventem verloor de heenwedstrijd op 12 mei 2011 op Union Saint-Gilloise, dus moest het winnen met minstens 1-0 om door te stoten naar de volgende ronde richting tweede klasse. Op zondag 15 mei 2011 kregen ze die kans. Het begin van de match was het voor beide ploegen aftasten, maar al snel nam Zaventem de touwtjes in handen en kwamen de kansen. ‘Bij zulke matchen is het een feit dat de eerste goal de wedstrijd openbreekt,’ aldus Jeroen Vanderputte. Union kon de match doen keren, toen keeper Vujadinovic te ver uitkwam en een hoge bal niet meer kon bereiken. Daar deed de bezoekende ploeg niets mee: de bal eindigde in het zijnet. Zaventem zette zijn koers richting overwinning verder en Vanderputte kopte de bal in doel vlak voor de rust. Kvw Zaventem dacht niet dat de buit al binnen was en ging maximaal voor winst. Dat bewezen ze met hun teamspirit en met doelpunten: Stockx scoorde de 2-0. Wynants maakte er 3-0 van, waardoor het hoogtepunt van de match voorbij was. Maar dan trad Union weer op de voorgrond. Na enkele kansen kwam het doelpunt dat Union Saint-Gilloise nodig had. In de toegevoegde tijd rijgden de bezoekers enkele kansen aan elkaar tot Buscema in de laatste minuten de 4-1 scoorde, wat tevens de eindscore was. Na afloop van de wedstrijd gaf trainer Tom De Cock uitleg over de match: ‘Ik ben heel fier op mijn spelersgroep en hoop dat we dit nog enkele weken kunnen aanhouden.’

Fotoreportage

vrijdag 1 april 2011

Expertinterview Pieter Van Casteren

'Er is maar één spelregel: ze moeten over jou praten' 

 'Ze moeten onderdanig zijn en onderaan de lat beginnen.' 
De 36-jarige Pieter Van Casteren is beloftentrainer en conditietrainer van de A-kern bij derdeklasser KVW Zaventem. Hij is er niet voor te vinden dat sporters de hemel in worden geprezen.

Kunnen ze altijd positief in beeld komen? Is het positief voor de speler of voor de ploeg?
Slimme spelers kunnen het ophemelen relativeren. Ze hebben goed gespeeld en de volgende keer proberen ze het even goed te doen. Ze zijn daar nuchter in en het is belangrijk dat ze dat kunnen. Het ophemelen individueel kan tot een bepaalde hoogte een speler beter maken. Maar dat is voor iedereen verschillend. De ene kan er mee omgaan, de andere niet. Het is nefast voor degenen die het niet kunnen. Dat heeft een omgekeerd effect.

Zij beginnen naast hun schoenen te lopen.
Het belangrijkste is dat je constant bent: dat je niet werkt met hoogtes en diepe dalen. Er is wel een verschil tussen een ploeg en een speler ophemelen. Als er in een ploeg een aantal spelers onterecht de hemel in worden geprezen, dan heeft dat geen goede invloed op de ploegprestatie. Wordt er goed gesproken over de ploeg, dan heeft dat wel een positief effect.

In een team zitten er verschillende types en persoonlijkheden. Botst dat soms?
Uiteraard. Dat hangt af van ploeg tot ploeg: als het gebeurt, moet je constant bemiddelen en dan is het moeilijk om een team te vormen. Waar er op gelet moet worden, is dat in een team niet allemaal jongens zitten met dezelfde persoonlijkheden. Dat werkt niet op een veld. Bij een beloftenploeg kan je dat niet op voorhand weten, maar bij de A-kern moet er naar het psychologisch profiel gekeken worden.

De spanning stijgt waarschijnlijk wannneer een speler zich zowel op als naast het veld beter voelt dan de anderen.
Als de verhoudingen goed zitten, dan is er geen probleem. Wanneer het er niet te veel zijn, dan kunnen we dat compenseren. Sommigen kunnen het zich permitteren als ze op het veld belangrijk zijn. Dit is het geval bij een eerste ploeg. Bij een beloftenploeg daarentegen mag niemand naast zijn schoenen lopen. Dat kan niet! Als ze naar een eerste ploeg gaan, moeten ze onderdanig zijn en onderaan de ladder beginnen. Anders geraken ze nooit geïntegreerd in de groep.

Veel mensen beschouwen sporters en vooral voetballers als idolen.
Mensen kijken er naar op omdat sporters in de media komen. Nooit heb ik een voetballer aanbeden, maar ik had er respect voor. Vroeger heb ik fitness gegeven aan KV Mechelen voor de club failliet ging. Eerst keek ik naar hen op, maar na de tweede sessie realiseerde ik me: die spelers zijn niet beter dan ik ben. Supporters doen dat omwille van hun liefde voor de ploeg en de werking van de club. Daar hebben ze een favoriete jongen waar ze rotsvast in geloven, ook al speelt hij slecht.

Op welke manier wordt er toegekeken dat de spelers met de voeten op de grond blijven?
Er zal intern weinig opgehemeld worden. Gebeurt dat extern, in de buitenwereld, dan hou ik ze met beide voeten op de grond. Ik zal ze altijd werkpunten geven, het is nooit goed genoeg. Bij de jongens in de eerste ploeg gaat de trainer daar nuchter mee om: hij hemelt zijn spelers niet op. Wanneer het toch gebeurt, dan is dat bewust: het doet deugd voor een speler om zijn naam te horen.

De evolutie in voetbal is opmerkelijk: vroeger werd er gespeeld in team, samenhang was belangrijk. Nu lijken het een hoop individu's.
Je kan moeilijk Barcelona en Real Madrid vergelijken met Zulte Waregem en een derdeklasser. Bij Zulte Waregem is strijden voor elkaar en mekaar helpen belangrijk, daar komen ze ver mee. Bij Barcelona gaat het er anders aan toe: ze hebben ook nog inkomsten naast het voetbal omdat ze belangrijk zijn. Hoe belangrijker ze zijn, hoe meer inkomsten ze hebben. Ooit heb ik een training gekregen van Yves Serneels die bij Lierse heeft gespeeld. Zijn woorden waren: "Er is maar één spelregel: ze moeten over jou praten. Positief of negatief: je moet in the picture staan"'.

donderdag 24 maart 2011

Pro en contra

Hoe denk jij over het ophemelen van sporters?
pro

'Ik wil op Maria Sharapova lijken'

De 21-jarige recreatieve tennisspeelster en wekelijkse fitnesspassante Gaëlle Bosmans kijkt op naar grote sporters.

'Ik besef dat ik het niet zo ver zal schoppen. Vroeger wou ik daar mijn carrière van maken. Sinds mijn dertien jaar speel ik al tennis, maar nu bezie ik het als een hobby. Om een topsporter te zijn, moet je op jouw acht jaar beginnen. Veel trainen is dan een verplichting die je jezelf moet opleggen als je het wil maken in de tenniswereld.

Mijn idolen komen vooral voor in tennis: Tomas Berdych ziet er niet slecht uit. Naar Rafaël Nadal ging vroeger mijn voorkeur, maar nu hij te populair is, is het niet meer leuk. Bij de vrouwen is het Maria Sharapova waar ik naar opkijk. Ze heeft een fantastische uitstraling op het veld en ze wordt gekenmerkt als een stijlicoon. Sinds Nike haar sponsort, krijgt ze voor verschillende Grand Slamtoernooien nieuwe jurken. Deze wil ik dan meteen kopen omdat ze er zo goed mee staat. Op zo'n momenten wil ik op Maria Sharapova lijken. Ik koop die jurkjes en dat is een goede marketingstrategie van Nike. Zij kozen een knappe speelster om hun kleren te promoten.

Ik kijk op naar sympathieke mensen. Ik zou niemand willen hebben als idool die een dikke nek of een slecht karakter heeft. Bij Maria Sharapova heb ik heel veel respect voor haar prestaties op het veld. Ook is ze al een paar keer gekwetst geraakt aan haar schouder, maar ze doet er altijd alles aan om terug te keren. Topsporters weten volgens mij op voorhand dat ze opgehemeld zullen worden. Voor hen is het routine.

Stalken zou ik zeker niet doen voor een handtekening, een krabbel heeft niet zoveel waarde. Die mensen hebben ook een leven, laat ze hun leven leiden. Het is spijtig wanneer bepaalde spelers uit de spotlights verdwijnen na hun hoogtepunt, terwijl ze nog niet op pensioen zijn. Als je iemand echt graag hebt, dan volg je die tot na zijn carrière.'
contra



'Sport is maar sport, no offence'

Studente Evy Maes, die zelf verschillende sporten uitprobeerde, zal sporters zeker niet de hemel in prijzen.

'Ik zag mezelf als kampioene in spe. Ik heb bijna elke sport beoefend: zwemmen, aërobiccen, fitness en voetballen. Vroeger dacht ik aan een succesvolle carrière in het paardrijden. Maar dat zijn kinderdromen die bijna nooit uitkomen. Nu zie ik sport eerder als een grote hobby.

Als ik dan toch iemand moet kiezen waar ik naar opkijk, is het Kim Clijsters. Wij zouden daar niet zo'n groot voorbeeld aan mogen nemen, zeker met in het achterhoofd houdend dat de meeste topsporters geen gezin hebben. Hun sport staat centraal in hun leven en als je je kan focussen op één ding, is het gemakkelijk om er in uit te blinken. Natuurlijk is er nog wel talent en een portie karakter voor nodig, maar dat zijn zaken die automatisch komen als je duizenden euro's krijgt om achter een bal te lopen.

Ik kijk niet op naar sporters omdat 70 procent aan de doping zit, twintig procent van de mensen beleeft één jaar als hoogtepunt in hun carrière en daar hoor je achteraf niets meer van. Iets zoals een one hit wonder. Sport is maar sport, no offence. De wereld wordt er niet rechtstreeks beter van en het is maar een krachtmeting om jezelf te bewijzen tegenover andere mensen. Ik heb nooit iemand de hemel in geprezen omdat ik me afkeer van de commercialisering. Als iedereen iets leuk vindt, is het na een tijdje niet meer uniek. Ik supporter ook meestal voor de underdog.

Mensen die te ver gaan in het supporteren van hun idolen, zoals stalkers, daar heb ik helemaal geen respect voor. Ik zou ze duidelijk willen maken dat een sporter geen God is. Maar ondanks alle kritiek is het toch bewonderingswaardig om echte, trouwe fans te zien. En het feit dat sommige sportmannen of -vrouwen meer in de spotlights staan door hun rommelig privé-leven dan door hun sportprestaties, dat is hun zaak. Slechte reclame is en blijft reclame.'